In de maanden mei tot en met augustus worden er honderden jonge vogels bij de opvang gebracht. Het is in die periode een drukte van belang. Alleen al het voeren van alle aanwezige vogels is een dagtaak voor een ervaren vrijwilliger. Zelf ervaar ik het als een voorrecht om, gedurende enkele uren per week, pleegouder te mogen zijn van een bont gezelschap vogelkinderen. Het blijft boeiend, want iedere vogel heeft zijn eigen geschiedenis en karakter. Om hiervan een idee te geven heb ik enkele ervaringen met jonge vogels op papier gezet.
Een jonge reiger... of toch niet
Op 12 mei gaat de telefoon en krijg ik een dierenartsassistente aan de lijn. Ze heeft een mevrouw in de praktijk met een bloot nestjong en vraagt of wij de bloterik onder
onze hoede willen nemen. Natuurlijk willen wij dat, want alle hulpbehoevende wilde vogels worden in de opvang opgenomen. De dierenartsassistente heeft het vermoeden dat het
om een jonge reiger gaat. Het is aan blote nestjongen echter moeilijk te zien om welke soort het gaat, dus we wachten in spanning af wat voor vogel er gaat komen.
Even later komt de mevrouw het vogeltje brengen. Het beestje is van snavelpunt tot aan zijn achterste ongeveer 8 centimeter lang en heeft zeer brede, lichtgele randen aan de
snavel. Aan de snavel is te zien dat het een jonge spreeuw betreft. Het spreeuwenkuiken voelt bij aankomst koud aan. Blote nestjongen kunnen zichzelf nog niet goed warm
houden en daarom gaat hij dadelijk in de warmtekooi bij een temperatuur van 30 ºC.
Verder maakt het spreeuwtje een zwakke indruk en hij bedelt niet om voedsel. Voorzichtig geef ik hem een klein beetje water met druivensuiker te drinken. Zelfs het slikken
kost zichtbaar moeite. Dergelijke sterk verzwakte dieren worden onder speciaal toezicht geplaatst van de asielhoudster of een ervaren vrijwilliger, zodat zij de extra
aandacht krijgen die ze nodig hebben.
Als ik het spreeuwenkuiken later op de avond bij de asielhoudster breng, ziet ze dat hij wat betreft ontwikkeling op de helft is van de drie weken, die jonge spreeuwen
gewoonlijk in het nest blijven. Het was dus geen pasgeboren reiger, maar een spreeuw van ongeveer tien dagen oud!
Uit de boom gewaaid
Op 19 mei staat er een harde wind. Voor vogels is harde wind in mei ongunstig, want veel jonge vogels worden gevoerd met insecten, die zich onder zulke omstandigheden
verborgen houden. Bovendien is het veel lastiger om te vliegen als het hard waait. Jonge, onervaren vogels worden gemakkelijk uit de koers geblazen, hetgeen tot ongelukken
kan leiden. Er kunnen zelfs hele nesten uit de boom waaien...
Een vader met twee kinderen verschijnt aan de deur met een takkenbos ter grootte van een flinke voetbal. Het blijkt een eksternest te zijn dat uit een boom is gewaaid. Er
zitten drie jonge eksters in het nest, volledig in de veren, maar met hele korte staartjes. Onmiddellijk sperren ze de snavels wijd open en ze laten zich gewillig voeren.
Niet alle jonge vogels accepteren zo snel menselijke pleegouders. Soms houden ze, ondanks de honger, hun snavel stijf dicht en moeten we ze voorzichtig dwangvoeren tot ze
wel voedsel aannemen of zelf gaan eten. Gelukkig duurt dat meestal slechts enkele uren tot dagen.
Zoals gebruikelijk bij nestjongen, leveren de ekstertjes een tegenprestatie voor het geleverde hapje. Ze draaien zich om, richten hun achterlijfje op en bieden een poepje
aan. Het is geen stank voor dank, want de poepjes zijn keurig verpakt in een vliesje. De oudervogels nemen de poepjes aan, om ze vervolgens op te eten of buiten weg te
gooien. Zo blijft het nest schoon en dat is heel belangrijk voor het welzijn van de kuikens. Zelf pak ik wel eens een poepje aan om het weg te gooien, maar het is niet te
doen om alle ontlasting op deze manier af te voeren.
Omdat het nest onherroepelijk zal vervuilen worden de jonge eksters direct overgezet in een rieten mandje met een handdoek, waardoor ze gemakkelijk verschoond kunnen worden.
Zo'n surrogaatnest is minder mooi dan een echt nest, maar het neemt veel minder ruimte in beslag en... er vallen niet zoveel takjes uit.
Onderkoelde jonge meerkoet
Op vrijdag 26 mei wordt er een jonge meerkoet bij de opvang gebracht. Het jong heeft een witte buik en vult met zijn lijf bijna mijn hele hand. Jonge meerkoeten veranderen
tijdens hun ontwikkeling voortdurend van uiterlijk. Net uit het ei gekropen zijn ze zwart met een helderrood kopje. Na enkele weken verdwijnt de rode kleur van het kopje en
krijgen ze een witte buik, die na een maand of drie weer geheel zwart wordt. De meerkoet in mijn hand is dus minstens twee weken oud.
Het jong is drijfnat en voelt erg koud aan. Zijn lijfje is volledig slap en alleen de kop beweegt nog een beetje onvast heen en weer. Aan de rechterpoot zitten twee diepe
wonden, hetgeen ons doet vermoeden dat het dier door een rat onder water is getrokken. Na het behandelen van de wonden leggen we het slappe meerkoetje in de warmtekooi. We
leggen hem aanvankelijk ook nog op een kruikje, maar na overleg met de asielhoudster halen we de kruik weer weg, omdat het niet goed is om na onderkoeling al te snel op te
warmen.
In de warmtekooi zitten verder nog drie jonge waterhoentjes. De kleine felle rakkertjes denken dat ik een lekker hapje voor ze heb neergelegd en ze beginnen dadelijk in de
meerkoet te pikken en aan zijn veren te trekken. Hoewel de jonge meerkoet driemaal zo groot is als de waterhoentjes kan hij zich natuurlijk niet verdedigen. Hij krijgt in de
warmtekooi een klein aquarium met handdoek, waar hij veilig is voor de waterhoentjes.
Regelmatig kijk ik hoe het meerkoetje erbij ligt. Het eerste uur zit daar weinig verandering in, maar dan opeens zie ik dat hij zichzelf zit te poetsen en kroosjes uit zijn
veren pikt, die daar waren blijven zitten. Aan het eind van de avond is het beestje volledig warm en droog en sterk genoeg om de warmtekooi te verlaten. Ik probeer hem bij
een groepje meerkoeten van hetzelfde formaat te zetten, maar dat leidt direct tot conflicten. Daarom krijgt hij voor de veiligheid een hok voor zichzelf alleen.
Dan blijkt dat het meerkoetje niet op zijn gewonde poot kan staan. Een week later ziet het er niet goed uit, want de tenen zijn naar achteren gebogen en de poot bungelt maar
wat aan het lijf. Gelukkig is het pootje in de daaropvolgende week genezen.
Caroline Elfferich
Een selectie van enkele artikels uit de Penneveer, najaar 2006:
- Ervaringen met jonge vogels in mei
- Jonge egel in september
- De opvang tijdens het broedseizoen
- Overzicht inclusief andere edities