Heb je zelf een jong of gewond dier gevonden? Klik dan hier:
Jonge vogel | Egel | Vleermuis | Ander dier
Op een avond in augustus werk ik bij de Vogel- en Egelopvang, als de asielhoudster me belt met de mededeling dat er een mol zal worden gebracht. Het is de eerste keer dat ik een
levende mol zal gaan ontmoeten en nieuwsgierig wacht ik op de dingen die komen gaan. Niet veel later staat er een jong stel op de stoep. De vrouw heeft een zwart plastic doosje in
haar handen met daarin de aangekondigde mol. Ze vertelt dat ze hem heeft gevonden op een grasveld in Bergschenhoek. Dat leek haar een vreemde en gevaarlijke plek voor het diertje,
want er worden op die plek veel honden uitgelaten.
Bovengrondse uitstapjes
Het is inderdaad heel gevaarlijk voor een mol om boven de grond te komen. Enkele jaren geleden werd ik gebeld door een mevrouw, die in een recreatiegebied aan de rand van Delft, op één ochtend vijf dode mollen had gevonden. Destijds las ik in een zoogdierengids een aannemelijke verklaring waarom je mollen soms bovengronds aantreft.
Jonge mollen worden geboren in het gangenstelsel van hun moeder. Daar groeien ze op tot ze ongeveer negen weken oud zijn. Daarna worden ze door moeders verjaagd. De jonge mollen graven dan een gang loodrecht omhoog en gaan, grotendeels bovengronds, op zoek naar een eigen territorium. Vaak gebeurt dat in de zomer, omstreeks juli. Vermoedelijk is het dus een jong dier dat in de zwarte doos zit. Exclusief staartje is zijn lijf ongeveer 11 centimeter lang, iets langer dan mijn handpalm. Aangezien volwassen mollen 11 tot 16 centimeter lang zijn, geeft het formaat van het dier geen uitsluitsel of het inderdaad een jong is.
De vrouw vertelt dat ze de mol een regenworm voor de neus heeft gelegd, die met smaak werd opgepeuzeld. De vondeling bleek uitgehongerd en verorberde in minder dan geen tijd maar liefst 25 regenwormen. Na de maaltijd begon de mol hevig met zijn achterpootjes aan zijn lijfje te krabben. Omdat de vrouw, die de mol had gevonden, bezorgd was dat het diertje parasieten had, heeft ze besloten het naar de opvang te brengen. Nadat we het doen en laten van de mol hebben doorgesproken, neem ik het dier van haar aan en noteer de gegevens in de administratie. Daarna vertrekt het stel en kan ik de mol rustig bekijken.
Het uiterlijk van de mol
Er zit een klein schrammetje aan één van de achterpootjes, maar dat ziet er niet ernstig uit. Het roze, slurfachtige mollenneusje is ongedeerd. Bij dode mollen, die ik wel eens heb gevonden, zat er vaak wat bloed aan de neus. Er is mij verteld dat de mollenneus heel gevoelig is en dat een mol sterft als de neus beschadigd raakt. Of dat verhaal klopt weet ik niet. Zouden de verwondingen aan de neus veroorzaakt worden door de strijd die jonge mollen met hun moeder leveren alvorens ze de wijde wereld intrekken?
De mol heeft een grappig staartje dat aan de basis dunner is dan aan het uiteinde. Dat herinnert me aan een gesprek met een mollenonderzoeker, die vertelde dat hij een radioactief ringetje aan de smalle staartbasis bevestigde, zodat hij boven de grond met meetapparatuur kon volgen waar een mol zich bevond. Deze werkwijze lijkt mij niet zo gezond voor de mol, maar aan het welzijn van mollen wordt zelden gedacht. Meestal worden ze als schadelijke lastposten beschouwd, die bestreden moeten worden. Het is vrij uitzonderlijk als iemand bezorgd is over een mol.
Vol ontzag aanschouw ik de stevige voorpootjes van de grondwerker, die met lange nagels zijn uitgerust en perfect gebouwd als graafwerktuigen. De mol is aanvankelijk erg onder de
indruk van alles wat hem overkomt en verstopt zijn kopje onder de grote voorpoten. Het ziet er heel aandoenlijk uit. Als de rust is weergekeerd doet hij pogingen om te graven in de
bodem van de doos en even later begint hij zich te krabben als een bezetene.
Hoog tijd om eens kijken of de mol parasieten heeft. Dat valt niet mee, want mollen hebben een zeer dichte, zwarte fluwelige vacht en het is bijna niet mogelijk om tussen de haren door te kijken naar de huid. Bovendien is de mol zeer snel en beweeglijk, waardoor hij moeilijk is vast te houden. Zoveel druk gedoe had ik niet verwacht, zijn gedrag doet me denken aan dat van spitsmuizen. Mollen schijnen venijnig te kunnen bijten, maar dat blijft me gelukkig bespaard. Het lukt me niet om parasieten te vinden. Zou het gekrab van de stress komen of zou de huid van een mol gaan jeuken als hij een poosje aan de zon is blootgesteld?
Wat nu gedaan?
Het is duidelijk dat het molletje meer vragen oproept dan beantwoordt. Hoog tijd voor overleg met de asielhoudster. We besluiten de mol in een grotere bak te zetten met een handdoek
waar hij onder kan kruipen, opdat hij misschien wat rustiger wordt. De mol wil echter helemaal niet onder de handdoek zitten en gedraagt zich zo neurotisch dat we korte tijd later
beslissen dat het voor het diertje beter is om het direct los te laten.
Het is inmiddels schemerdonker en met de mol loop ik naar het ruige grasveld voor de Papaver aan de Korftlaan. Daar zet ik het kleine zoogdiertje op een stukje kale grond. Het zou leuk zijn als hij direct ijverig gaat graven om onder de grond te verdwijnen, maar zo snel gaat dat allemaal niet. De mol kruipt onder wat overhangend plantenmateriaal en blijft daar rustig zitten. Het krabben houdt direct op. Nadat ik een minuut of tien heb toegekeken ga ik weer terug naar de opvang om de rest van de werkzaamheden af te ronden. Als er molshopen verschijnen in het grasveld voor de Papaver, dan weet u hoe dat komt...
Caroline Elfferich
Een selectie van enkele artikels uit de Penneveer, voorjaar 2008: