Heb je zelf een jong of gewond dier gevonden? Klik dan hier:
Jonge vogel | Egel | Vleermuis | Ander dierIn de bebouwde kom van Pijnacker heb ik de afgelopen jaren drie soorten muizen gezien: de huismuis, de huisspitsmuis en de veldmuis. De veldmuis zou je misschien niet verwachten in stedelijk gebied, maar deze mollige muisjes leven in ruige bermen aan de rand van de bebouwde kom. De individuen die ik heb gezien waren allemaal slachtoffers van jagende katten. Verder krijg je ze niet zo gemakkelijk te zien. Veldmuizen zijn vegetariërs met een korte staart, kleine oren en kleine ogen. Dit in tegenstelling tot de huismuis, die juist een lange staart heeft, grote oren en grote ogen.
Huismuis
De naam ‘huismuis’ doet vermoeden dat deze muizensoort in huizen leeft en dat is gedeeltelijk waar. De huismuis voelt zich prima thuis in huis, vooral als er veel voedsel staat opgeslagen waar ze gemakkelijk bij kunnen. Wat voor voedsel maakt niet zoveel uit, want deze alleseters lusten bijna alles, zelfs kaarsvet.
In tuinen hebben huismuizen het echter ook best naar hun zin, ze vestigen zich dan bijvoorbeeld in een tuinhuisje. Er moet wel wat te eten zijn voor de tuinhuismuizen. In onze achtertuin zie ik ze vooral op de plekken waar vogelvoer ligt. Een buurtgenoot stuurde mij een foto van een huismuis op haar voedersilo. Het was heel kunstig en acrobatisch hoe het muisje daar op geklauterd was. Onder onze eigen voedersilo zit vaak een kat te loeren op muizen en ik heb een keer een succesvolle vangpoging gezien.
Het leven is knap gevaarlijk voor een buitenshuismuis. Dat geldt vooral voor jonge dieren die zich nog van geen kwaad bewust zijn. Ik heb een keer op mijn buik in het gras gelegen om zo’n klein onnozel muisje te fotograferen van één meter afstand. De volgende dag werd het beestje door een sperwer gegrepen op ons terras. Man en dochter waren getuigen.
Huisspitsmuis of minimol
In tuinen leven niet alleen huismuizen, maar ook huisspitsmuizen. Voor zover ik weet, verblijft de huisspitsmuis meer buitenshuis dan binnenshuis. Ze schijnen in de winter wel eens beschutting te zoeken in huizen en dan valt hun aanwezigheid op door de opvallende sterke muskusgeur die ze verspreiden. Huisspitsmuizen zijn grijs van kleur. Ze hebben een tamelijk korte staart, kleine oogjes, vrij kleine oren en een opvallend spitse snuit! Vanwege die opmerkelijke snuit lijken ze wel een beetje op een piepklein molletje.
In het afgelopen jaar is het enkele malen voorgekomen dat mensen naar de Vogel- en Egelopvang belden met de mededeling dat ze een jonge mol komen brengen. Bij aankomst bleek de aangekondigde minimol een spitsmuis te zijn. Zo gek is deze vergissing trouwens niet, want spitsmuizen worden tot de insecteneters gerekend, net als mollen, waaraan ze meer verwant zijn dan aan huismuizen of veldmuizen. Het verschil tussen een spitsmuis en een mol is echter goed te zien als je kijkt naar de bouw van de voorpoten. De mol heeft bijzondere voorpoten, die zijn uitgegroeid tot graafwerktuig, terwijl spitsmuizen ‘normale’ voorpootjes hebben.
In de subwoofer
Alle drie de bovengenoemde muizensoorten (figuur rechts is een veldmuis) worden zo nu en dan bij de opvang gebracht ter verzorging. Op een avond in november wordt ik gebeld door een jonge vrouw uit een studentenhuis. Ze heeft een muizennestje ontdekt in de subwoofer (het onderdeel van de geluidsinstallatie waar de basgeluiden uitkomen) en vraagt zich af wat ze ermee moet doen. Ze wil de muizen niet in huis hebben en vraagt wat er met de muizen gebeurt als ze naar de opvang worden gebracht. Ik antwoord geheel naar waarheid dat ze dan naar beste vermogens worden verzorgd. We voeren ze niet stiekem aan eventuele roofvogels die bij ons verblijven. Als dat nodig is voeren we wel muizen aan onze muizenetende roofvogels, maar die ‘voermuizen’ kopen we bij een gespecialiseerd bedrijf. Het is een beetje krom, maar het is de waarheid.
Later op de avond verschijnen er twee jongedames met een piepklein roze reismandje waarin zich de muizenbaby’s bevinden. De muisjes zijn volledig behaard en hebben de oogjes net open. Ze zien er onbetamelijk schattig uit. Eén van het tweetal zegt dat ze er niet voor instaat dat de baby’s gehoorbeschadigingen hebben opgelopen. Een box is niet altijd een goede plek voor baby’s…
Oud en jong
Met de asielhoudster spreek ik af om aan het eind van de avond de kleine muisjes bij haar te brengen. Vlak voordat ik vertrek zie ik in de werkruimte een oude huismuis over de vloer strompelen richting keukenkastje. Er zit een knik in de staart en het dier ziet er nogal versleten uit. Wat moet ik daar nu weer mee? Vangen en in een hokje doen? Ik twijfel en kijk naar Oeps, de oude rode asielkater. Van hem heeft de muis nauwelijks iets te vrezen. Ik laat het maar op zijn beloop en vertrek met de baby’s richting asielhoudster.
Het was lastig om de kleine muisjes met melk te voeren, maar gelukkig at het vijftal al binnen enkele dagen zelfstandig uit een voerbakje. Twee weken later zie ik ze weer in de opvang. Ze zitten in een plastic aquariumpje met op de bodem een krant en daarop veel hooi en een paar washandjes om in te kruipen. Ze hebben zich echter onder de krant verstopt, zodat ik ze door het doorzichtige plastic prima kan bekijken. Heel leuk allemaal, nu is alleen nog de vraag: waar gaan we die huismuisjes vrijlaten...
Caroline Elfferich
Een selectie van enkele artikels uit de Penneveer, winter 2011:
- Van de voorzitter
- Asielhoudster verteld
- Bezoek aan de opvang
- Egels in de opvang
- Overzicht inclusief andere edities