Egels in de opvang

Artikel uit de Penneveer, winter 2011


Heb je zelf een jong of gewond dier gevonden? Klik dan hier:

Jonge vogel  |  Egel  |  Vleermuis  |  Ander dier
 

Begin oktober 2011 tref ik de asielhoudster bij de Vogel- en Egelopvang in Delft. In haar handen heeft ze een ernstig verzwakt egeltje tjokvol vliegeneieren. De keuze bestaat uit: in laten slapen of een kans geven om te herstellen. Ze kiest voor de laatste optie, hetgeen betekent dat onmiddellijk duizenden roomwitte vliegeneitjes moeten worden verwijderd. Vooral rond de lichaamsopeningen van de egel zitten grote aantallen eieren. Daar hebben de vliegen over nagedacht, want dan hoeven hun larfjes niet zoveel moeite te doen om het inwendige van de egel te bereiken.

Met luizenkam en pincet gaat de asielhoudster aan de slag. Veel eieren staan al op het punt van uitkomen. Na ruim een uur noeste arbeid is de egel min of meer eivrij. En passant zijn er ook nog wat teken en vlooien om zeep geholpen. Soms werken egels ontzettend tegen met dit soort klusjes, maar deze egel is zo zwak dat hij de schoonmaakwerkzaamheden gelaten over zich heen laat komen. De volgende dag is de egel alsnog gestorven, maar de asielhoudster laat weten dat ze het een volgende keer weer zal proberen.

Toename aantal egels

Uit het voorgaande blijkt hoe arbeidsintensief de verzorging van een egel kan zijn. Gelukkig zijn niet alle egeltjes die we aannemen er zo slecht aan toe. In de periode van 2001 tot 2010 zijn in totaal 1.432 egels bij de opvang gebracht, dat zijn er bijna anderhalf duizend!

Aantal egels in de opvang, in de jaren 2001 tot en met 2010

Aan het begin van het millennium ontvingen we gemiddeld 108 egels per jaar, maar vanaf 2006 is er sprake van een duidelijke toename. In 2010 werden maar liefst 241 egels gebracht, het dubbele aantal als vijf jaar daarvoor. Die extra toestroom aan egels maakt het soms moeilijk om alle dieren naar tevredenheid te huisvesten en verzorgen.

Waarom meer egels?

De toename van het aantal aangeleverde egels is deels te verklaren uit het feit dat de dierenambulances uit Schiedam en Woerden vanaf 2006 steeds vaker egels bij ons komen brengen. Voor het jaar 2009 heb ik onderzocht waar de egels vandaan kwamen. Van 185 egels was de vindplaats bekend. Daarvan kwam 44% uit Delft, 14% uit Pijnacker-Nootdorp, 17% uit 12 andere gemeentes in de omgeving van Delft, 21% uit de omgeving van Woerden en 4% uit de omgeving van Schiedam. Hieruit blijkt dat er inderdaad een aanzienlijk deel van de egels uit de omgeving van Woerden afkomstig is, maar het merendeel komt nog steeds uit Delft en omstreken.

Er zijn diverse oorzaken te bedenken waarom we steeds meer egels in de opvang krijgen. Het kan te maken hebben met een betere naamsbekendheid van onze opvang, misschien vanwege de website. Daarnaast kan het wegvallen van egelopvangcentra elders ertoe leiden dat mensen uit een groter gebied naar Delft toekomen met hun hulpbehoevende egel. Het zou ook te maken kunnen hebben met een toename van de populatieomvang; want als er meer egels zijn dan worden er waarschijnlijk ook meer gevonden. Maar het is ook mogelijk dat het juist niet goed gaat met de egels en dat ze vaker in problemen komen door verslechterde leefomstandigheden.

Populatietoename?

Persoonlijk verwacht ik niet dat het aantal egels in de omgeving van Delft is toegenomen in de afgelopen jaren. Door de voortschrijdende verstedelijking is het biotoop er immers niet aantrekkelijker op geworden voor egels. Ik vind het echt wonderbaarlijk hoe die kleine, dappere stekeldieren weten te overleven in een leefomgeving vol auto’s, mensen, honden, bestrating, tuinen zonder beplanting, gif en steile oevers. Omdat ik zo nu en dan egels uitzet, weet ik uit ervaring hoe moeilijk het is om in de omgeving van Delft plekken te vinden, die echt helemaal ideaal zijn voor egels.

Als we kijken naar de egels die in 2009 in Delft zijn gevonden, dan blijkt dat ongeveer de helft afkomstig is uit de groene buitenwijken: Hof van Delft, Buitenhof en Tanthof. Dan komt er nog zo’n 20% uit de Delftse Hout en de rest uit de andere wijken, tot midden in het centrum. In september 2011 werd ik op een avond driemaal gebeld in een uur over drie verschillende egels, die in Tanthof waren aangereden. Dat geeft te denken!

Overigens krijgen we niet eens opvallend veel verkeersslachtoffers in de opvang. Weliswaar ontvangen we een flink aantal egels met verwondingen, maar deze kunnen evengoed veroorzaakt zijn door maaimachines, werkzaamheden of honden. Ik had veel meer verkeersslachtoffers verwacht onder de asielgasten, maar dat blijkt niet uit de gegevens. Vermoedelijk zijn veel egels na een aanrijdingen op slag dood en dode egels worden doorgaans niet meer bij de opvang gebracht.

Geslacht en leeftijd

Het aantal mannetjes en vrouwtjes dat bij de opvang wordt gebracht is ongeveer gelijk. Dat doet vermoeden dat er geen geslachtsgebonden risico’s zijn. Ongeveer 60% van alle egels die bij de opvang worden aangeleverd zijn jonge dieren. Het onderscheid tussen jong en volwassen wordt onder andere vastgesteld aan de hand van het gewicht en het formaat. Dit onderscheid is niet altijd eenduidig. Egels lichter dan 600 gram zijn meestal jongen, maar het kan ook een sterk vermagerd volwassen dier zijn. Een gezonde volwassen egel kan meer dan een kilo wegen.

Aantallen jonge en volwassen egels per maand gebracht in 2009

Vooral in september en oktober krijgen we veel jonge egels in de opvang. In augustus komen de eerste echt kleine egeltjes die in de zomer geboren zijn. De draagtijd duurt ongeveer een maand en de zoogtijd anderhalve maand. Daarmee kunnen we terugrekenen dat omstreeks half mei het voortplantingsseizoen van onze Zuid-Hollandse egels begint. Er zit wel een zekere spreiding in het moment dat de egelbaby’s geboren worden.

Mager en verzwakt

Zware volwassen egels gaan omstreeks eind oktober in winterslaap, maar jongen lopen rond tot diep in december, als het tenminste niet vriest. De dikkerds worden pas eind april wakker, maar de mageren melden zich eerder. Vooral jonge dieren, die laat in het seizoen zijn geboren komen ‘s winters in problemen. Tijdens periodes van vorst worden ze overdag actief om tevergeefs naar voedsel te zoeken. Verzwakte dieren brengen soms een overvloed aan parasieten met zich mee, zoals vlooien, longwormen, darmwormen, mijten, maden, teken en schimmel. Voor zover mogelijk worden deze parasieten verwijderd of bestreden om het herstel van de egel te bevorderen.

Ik heb wel eens gelezen dat een kwart van de egels om het leven komt door bestrijdingsmiddelen die in tuinen worden gebruikt tegen onkruid of ongedierte (denk aan muizengif, mierengif of slakkengif). In de opvang krijgen we echter maar zelden egels met duidelijke vergiftigingsverschijnselen. Het is niet uitgesloten dat ontstekingen of tumoren die we bij egels aantreffen veroorzaakt zijn door contact met bestrijdingsmiddelen, maar dat is niet te bewijzen.

Hoe loopt het met de egels af?

Ongeveer de helft van alle egels die we opvangen kunnen we na kortere of langere tijd weer vrijlaten in het wild. Dat lijkt misschien weinig, maar veel egels zijn er zeer slecht aan toe als ze aan ons worden toevertrouwd. Het gebeurt regelmatig dat ze al tijdens het transport naar de opvang zijn overleden en ook deze egels worden ingeschreven. Al met al denk ik dat we trots mogen zijn met de behaalde resultaten.

Caroline Elfferich

 

Een selectie van enkele artikels uit de Penneveer, winter 2011:

BOVEN