Dieren uitzetten is eer van je werk

Artikel uit de Penneveer, najaar 2012

Het merendeel van de dieren die bij de Vogel- en Egelopvang in Delft wordt gebracht is wild. Ze hebben geen menselijke eigenaar, maar zijn van zichzelf en maken onderdeel uit van de natuur. We streven er altijd naar om de dieren zo spoedig mogelijk vrij te laten. Dat kan zijn op dezelfde dag dat het dier is gebracht, maar soms is maandenlange verzorging in gevangenschap noodzakelijk.

We brengen de dieren niet altijd terug naar de vindplaats, omdat dit niet in alle gevallen zinvol, wenselijk of haalbaar is. De keuze van de locatie en het moment van vrijlaten zijn belangrijk. Zo zetten we knobbelzwanen vaak uit op de grote plas van de Delftse Hout. Daar is de ‘startbaan’ lang genoeg voor deze grote zware vogels om op te stijgen en zelf te vliegen naar waar ze maar willen. Egels zetten we uit in het donker en op plekken met een ruige ondergroei en zo min mogelijk gevaarlijke infrastructuur. Volwassen egels brengen we indien mogelijk terug naar de plek waar ze gevonden zijn, omdat ze voordeel kunnen hebben van hun terreinkennis.

kraaiHet vrijlaten van een wild dier is een bijzondere en verheugende gebeurtenis, maar ook altijd een beetje spannend: zal het dier zich kunnen redden? Dergelijke bezorgde gevoelens horen nu eenmaal bij het loslaten. In de nazomer van 2012 heb ik twee dieren in vrijheid gesteld die we niet zo vaak te gast hebben bij de opvang, namelijk een wezel en een buizerd.

 

Wezel
Op vrijdag 24 augustus vraagt de asielhoudster of ik na mijn avonddienst een wezel wil uitzetten in het Balijbos, op de plek waar het dier gevonden is. Dat wil ik wel, maar ik vraag om assistentie bij het vangen van de watervlugge wezel. Gelukkig kan Tessel mij daarbij helpen. Terwijl ik toekijk vangt Tessel heel behendig de wezel, die zich na enkele vluchtpogingen heeft verstopt in zijn vertrouwde schuilplaats. Ze pakt het dier met een doek en doet het gehele pakket in een rieten mand. Mand met inhoud staat gedurende de avond op de werktafel om de wezel met nieuwe geuren af te leiden van zijn situatie.

In de loop van de avond begint het hevig te regenen en het houdt maar niet op. Dan herinner ik me de weersverwachtingen en die beloven nog veel meer zware buien. Aan het eind van de avond overleg ik met de asielhoudster en we besluiten de vrijlating uit te stellen. Ik zet de mand in het hok van de wezel en open het deksel zodat het dier eruit kan. In het weekend giet het inderdaad pijpenstelen en ik ben blij dat we hebben besloten de jonge onervaren wezel niet in dit noodweer uit te zetten.

kokmeeuwDe daaropvolgende maandag is het weer opgeklaard en we besluiten een nieuwe poging te wagen. Als ik in de schemering naar de opvang rij zie ik onderweg op de Noordeindseweg een wezel de weg oversteken, dat is volgens mij de eerste keer dat ik dit roofdiertje in het wild zie! Bij de opvang aangekomen zie ik dat de rieten mand nog in het hok staat en wat blijkt… de wezel heeft de mand tot nieuwe schuilplaats uitverkoren. Aan het geritsel te horen zit het dier in de mand, dus dat is gemakkelijk vangen deze keer. Deksel dicht en op naar het Balijbos.

In de avondschemering ga ik naar een rustig voetpad en open daar de mand. Voorzichtig en aarzelend klimt de wezel naar de rand om de omgeving in zich op te nemen. Op dat moment waait er een groot zuringblad zijn kant op en razendsnel trekt hij zich terug in de mand. Het gezegde ‘Zo bang als een wezel’ komt in me op, maar het ondernemende dier is snel van de schrik bekomen en klautert onverschrokken aan de andere kant van de mand de vrijheid tegemoet. In minder dan geen tijd is de wezel in de weelderige plantengroei verdwenen.

Buizerd
Op 9 september heb ik een buizerd vrijgelaten. Ongeveer een week daarvoor was deze grote roofvogel doodziek in de opvang gebracht, leidend aan ’t geel en met maden in de mondhoek. ’t Geel wordt veroorzaakt door een parasitair eencellig organisme (Trichomonas gallinae), waar vooral duiven vaak last van hebben. Bij besmette vogels ontwikkelt zich een kazig abces in de keelholte, waardoor de vogels niet meer kunnen eten en soms ook benauwd worden. Roofvogels kunnen geïnfecteerd raken als ze een duif met ’t geel opeten. Gelukkig hebben we pilletjes waarmee deze parasiet meestal effectief bestreden kan worden en de buizerd knapt er snel door op. Zo snel zelfs dat het me verrast. Kort na aankomst zag ik de buizerd als een hoopje ellende op de bodem van zijn hok zitten met een wezenloze vreemde blik in de ogen. Een week later zie ik de vogel in een uitwenhok, met felle blik en krachtige woeste uitstraling.

buizerd

Ik kan het nauwelijks geloven en vraag aan Tessel of het dezelfde buizerd is die vorige week bij ons is gebracht. Het blijkt hem echt te zijn en Tessel is terecht trots op dit voorspoedige herstel. Op de dag van vrijlating vangen Tessel en ik met de nodige voorzichtigheid de levenslustige buizerd uit zijn hok en doen hem in een grote kunststof bak met luchtgaten in het deksel. Samen met mijn man rij ik naar de Ackerdijkse plassen, waar de vogel is gevonden. We zoeken een plek langs een doodlopend fietspad met uitzicht op weilanden en bomenrijen, een mooie plek voor een buizerd. Ik haal de sjorband los waarmee de deksel op de doos vast zit.

Mijn man probeert nog een foto maken van de wegvliegende vogel en zegt: “Wacht even.” Hij heeft dit nauwelijks gezegd als de vogel met een klap de deksel van de doos slaat en met enkele machtige vleugelslagen naar een nabijgelegen boomtop vliegt. Twee fietsers stappen af om naar de imposante roofvogel te kijken. Vanuit de boomtop neemt de buizerd de omgeving in zich op, om daarna zelfverzekerd en moeiteloos naar een bomenrij in de verte te vliegen. Dan heb je echt eer van je werk!

Geschreven door Caroline Elfferich