Musje uit zijn hoge nest gevallen

Artikel uit de Penneveer, voorjaar 2009

Op een vrijdagavond ben ik in de Vogel- en Egelopvang in Delft aan het werk als ik word gebeld door een mevrouw. Ze vertelt dat er die dag twee jonge huismusjes in de bak zijn gevallen van een manege in Vlaardingen. Voor zover ik het begrijp zijn de vogeltjes afkomstig uit een nest dat ergens hoog achter een balk zit in het plafond. Eén van de musjes heeft het niet overleefd, maar het beestje is al met haar vriendin naar mij onderweg.

Hulpbehoevend
Om een uur of negen arriveert de vriendin met het musje. Er zit nog geen veertje op het paarsige blote lijfje. Het magere nekje lijkt met moeite het kopje te dragen met de naar verhouding enorm grote snavel. Het diertje voelt koud aan en maakt een slappe indruk. De bezorgde brenger merkt op dat ze nog nooit zoiets zieligs heeft gezien. Zelf vind ik het musje niet zielig, maar wel erg hulpbehoevend.

jonge-vogel-in-handIk heb meer dan eens gezien dat vogeltjes van dit kaliber met succes zijn grootgebracht in de opvang, dus als het musje nog voldoende levenslust in zich heeft kunnen we hem wellicht redden. Waar het nu op aankomt, is warmte en voeding. Eerst overleg ik met de asielhoudster hoe ik deze twee levensbehoeften het beste kan aanbieden. Ze vertelt me dat ik een kunstnestje kan maken van een washandje, waarvan de zijkanten net zo lang worden opgerold tot de gewenste diepte is bereikt.

Dit blijkt een zeer praktische uitvinding te zijn van een medewerker van de opvang. Het kunstnest moet worden geplaatst in de warmtekooi op een elektrisch warmtematje, dat op een veilige stand moet worden ingesteld. Pas als het beestje is opgewarmd kan voeding worden aangeboden, omdat een onderkoeld dier niet goed kan slikken.

Warmte
Op het moment dat ik het kunstnest in de warmtekooi heb klaargezet, bedenk ik me opeens dat er misschien een betere oplossing voorhanden is om de mus op te warmen. Ik jonge-vogel-voeren-met-vingervraag aan mijn dochters, die mij deze avond in de opvang helpen, of ze warme handen hebben. De oudste blijkt daarover te beschikken en ze is bereid om het musje in haar handen op te warmen. Persoonlijk denk ik dat lichaamscontact van levensbelang kan zijn voor jonge verzwakte dieren. Bij de opvang proberen we dit lichaamscontact meestal aan te bieden door jongedieren bij elkaar te zetten, zodat ze steun hebben aan elkaar. Dat is echter niet in alle gevallen mogelijk, omdat geschikte maatjes niet altijd aanwezig zijn. Maar gelukkig kunnen we in dit geval een uitstekend alternatief aanbieden!

 

In eerste instantie dacht ik dat de ogen van het musje helemaal gesloten waren, maar bij nader inzien blijkt het kuiken toch al een beetje door een spleetje te kunnen gluren.

Piep
Als alle werkzaamheden in de opvang zijn afgerond brengen we het musje naar de musjesasielhoudster. Als we de blote vondeling overhandigen opent deze spontaan de snavel
en zegt bescheiden: ‘piep’, het eerste geluidje dat ik uit dit snaveltje hoor. Het musje wordt nu wel in een washandnestje op een warmtemat gehuisvest en begint tot mijn vreugde direct de snavel te sperren in afwachting van voedsel. Dat ziet er hoopvol uit! Een week later is de bloterik onherkenbaar veranderd in een volledig bevederd musje. In de tussentijd zijn er maatjes bijgekomen. Dankzij de intensieve verzorging ziet ‘ons’ musje er welvarend uit en heel groot in vergelijking met zijn andere nestgenootjes.

Geschreven door Caroline Elfferich