Vrijwilliger in de opvang

Artikel uit de Penneveer, najaar 2009

Eind oktober, zaterdag tussen de middag. De ochtendspits met voederrondes zijn net voorbij, en er zijn vier mensen hard aan het werk om alle dieren van een schoon hok te voorzien. Ik begin mijn ronde in de eerste opname waar de gevonden dieren binnengebracht worden en meestal voor observatie de eerste dagen verzorgd worden.

jong-wild-konijnte

In een onderhok zit een jong wild konijntje wat nieuwsgierig is. Normaal zou een wild konijn zich verstoppen in de doos die ook in het hok staat. Bij navraag blijkt het om een wild konijn te gaan die door de vindster zelf is grootgebracht, maar waarbij ze niet aan de toekomst heeft gedacht van dit konijn. Door het te vertroetelen is het nu half tam en niet schuw voor mensen. Gelukkig heeft ze het dier aan ons afgestaan en kunnen we er voor zorgen dat het tussen soortgenoten natuurlijk gedrag gaat aannemen zodat hij een kans maakt om in de natuur te overleven.

In een hokje boven het konijn zit een houtduif met pokken rond zijn ogen. Hij is op 11-10 gevonden en zat in de bosjes. Omdat de pokken rond de ogen zitten ziet de houtduif tijdelijk slecht en kan in de natuur zijn eigen eten niet opzoeken. Bij ons krijgt hij het eten voorgeschoteld en krijgt hij de kans om te genezen zonder te verhongeren.

In deze ruimte zitten nog diverse stadsduiven en houtduiven maar daar zal ik verder niet op ingaan. Wel zie ik twee vogels die niet bij ons thuis horen, het zijn twee krielkippen dus huisdieren en die vangen wij niet op! Waarom zitten ze dan hier? Ik kijk op het kaartje aan hun hok en zie dat ze gevonden zijn in een polder in een doos. De dieren waren daar gedumpt door de eigenaar! Ze zijn verwaarloosd en komen hier eerst even op krachten voor we ze doorsturen naar een opvang voor huisdieren.

vogelopvang-dieren-ruimte

 

Ik laat de ruimte voor wat het is en loop door naar de volgende. Hier komen geen bezoekers en is dus een rustige ruimte waar wilde dieren kunnen herstellen van hun verwondingen.

 

 

In de couveuse zie ik een geel pluisebolletje, het is een jong Kaaps eendje verstoten door de moeder volgens de vindster. De (jonge) vindster had het graag zelf willen houden maar dan moet je er wel verstand en de juiste omgeving voor hebben (ook als het eenmaal groot is), in overleg met ons hebben ze de juiste beslissing genomen voor het eendje en het bij ons gebracht. Hier krijgt het de juiste voeding om gezond op te groeien. Met een beetje geluk krijgt het misschien nog wel een soortgenoot, hoewel je in november niet zo veel jonge eendjes meer ziet.

Als ik me omdraai zie ik in de kooien weer duiven zitten met diverse verwondingen en kwalen. De meeste zijn al aan de beterende hand. Ook zit er een jonge zilvermeeuw nog in zijn bruin gevlekte jeugdveren. Deze heeft last van zijn elleboog en zal na rust en eventuele medicijnen straks weer buiten in de volières kunnen oefenen met vliegen.

Naast de meeuw ligt een prachtige houtsnip, een bosvogel die de gewone mens niet snel zal tegen komen. Ze houden zich schuil met hun perfecte schutkleuren tussen bladeren en takken. Pas in de schemering zijn ze actief. Ik heb zelf wel eens tijdens mijn hond uitlaten een houtsnip vlak naast mijn voeten vandaan zien opvliegen. Je schrikt enorm omdat ik het dier totaal niet gezien had. In het najaar trekken ze en tijdens deze periode krijgen we regelmatig houtsnippen binnen die tegen ramen zijn gevlogen. Ze zien in het

glas de weerspiegeling van de lucht en hebben dan niet door dat ze ergens tegen aanvliegen. Vaak beschadigen ze hierbij een oog, snavel of vleugel. Ik hoop dat deze houtsnip weer snel opknapt en nog met soortgenoten mee kan trekken naar het zuiden.

halsbandparkiet-2

Als laatste in deze ruimte vertel ik over de halsband parkieten. In Delft zullen vele mensen ze wel kennen. Die grote groene parkieten met lange staart. Waren ze vroeger alleen in volières als huisdier te vinden, tegenwoordig zie je ze in groepen in bomen en in de winter hangen ze zelfs aan pindanetjes in de tuinen. Deze vogel heeft zich aan Nederland aangepast en broed nu in het wild. Vandaar dat we deze vogels regelmatig in de opvang te verzorgen krijgen. Na genezing gaan ze uiteraard weer de natuur in. Eén van deze twee parkieten is binnengekomen via een dierenarts. Hij was door een kat gepakt. Op dit moment gaat het goed en zal het niet lang meer duren of hij zal weer vrij rond kunnen vliegen in Delft.

En ondertussen gaan in de werkruimte de schoonmaakwerkzaamheden natuurlijk door.

Ook word er net een egeltje gewogen en bekeken zodat ik een foto kan maken. Tijdens het wegen en eventueel medicijnen toedienen wordt zijn hokje verschoond. Hij liep alleen op straat en was erg koud. De egel hebben we Beertje genoemd en weegt nu 224 gram. Elke dag noteren we de gegevens en kan je zien of er vooruitgang is. Alle andere egels liggen verscholen te slapen dus verborgen voor de camera.

Zelfs in gevangenschap en ondanks ziekte ontstaan er liefdesstelletjes. Hier twee turkse tortels die heel wat afkroelen. In de laatste binnenruimte zit een reiger waarbij de vleugel hangt. Het kan zijn dat hij is aangereden, ook heeft hij moeite met zijn evenwicht. Deze reiger is gevonden in ’t Woud.

slootkooi-jonge-eenden

Buiten in de mooie volières zitten dieren die al bijna weer de natuur in kunnen. Er zijn wilgenmatten rond de kooien bevestigd zodat de dieren rustig kunnen revalideren. Het regent erg vandaag dus alles is nat. Bij de kooien die schuin de sloot inlopen zijn grasmatten gelegd zodat de helling niet te glad is om omhoog te lopen. Ook zijn er nieuwe schuilhokken gebouwd waarin de dieren zich kunnen terugtrekken bij slecht weer en waar het eten droog blijft.

In de open ruimte zie ik een prachtige grote zwarte kraai, bij navraag blijkt dat hij ooit is binnengekomen met een slecht verenpak, na de rui is hij nu prachtig en alweer een tijd geleden vrijgelaten. Nu komt hij af en toe nog buurten. En in de achterste volière loopt een knobbelzwaan die een gebroken vleugel had opgelopen. Het is nog even afwachten hoe zij  zal genezen.

Zo. Heeft U weer van een stukje van ons werk kunnen meegenieten.

Geschreven door Trudy Zandbergen